De "Alezan-Mérens".
Binnen de Mérens-fokkerij worden af en toe vos-kleurige veulens geboren. In Frankrijk, het land van oorsprong van de Mérens, vinden de fokkers een dergelijk produkt "jammer", maar in Nederland jammeren de fokkers onder aanvoering van het bestuur van het MSN.
Uiteraard is het "jammer" dat deze vossen voorkomen, zeker als men beseft dat deze "miskleuren" kwalitatief van grote klasse zijn, maar niet de naam Mérens mogen dragen. Kenners, zowel in Frankrijk en Nederland bestempelen deze produkten als uitstekende sport-pony's.
Al jaren is de huidige voorzitster van het MSN op zoek naar meer informatie over de vos-vererving.
In het officiele stamboek-orgaan Nouvelles schrijft zij hierover een, in eerste instantie, interessant artikel.
Bij nadere beschouwing blijkt echter dat zij "niet weet waar de klepel hangt".
Wat zijn de uitgangspunten bij vos-vererving? Wanneer zowel de hengst als de merrie drager zijn van de zg. vos-factor is de kans op het verwekken van een vos-veulen 25 %.
In haar artikel stelt de voorzitster in eerste instantie de vraag "wat te doen met dek-hengsten die "vos" vererven?". Om deze vraag te kunnen beantwoorden heeft zij "het franse Stamboek meerdere malen om een lijst met hengsten gevraagd welke de voskleur vererven...." pas aan het eind meldt zij dat ook de merrie (moeder) drager moet zijn om een vos-kleurig produkt voort te brengen.
Ter verduidelijking is een verervingsschema opgenomen dat, bij nader inzien, onjuist is en slechts verwarrend werkt.
Als resultaat van haar onderzoek meldt zij verder dat er in Nederland tot nu toe vier vos veulens geboren zijn. Of haar onderzoek rammelt of de stamboek registratie is incompleet. Dit laatste zou fnuikend zijn voor de geloofwaardigheid van het MSN.
Tot nu toe zijn er veel meer vossen in Nederland en Belgie geboren uit in Nederland ter dekking gestelde hengsten. Drie hengsten gaven samen met vijf merrien totaal een zestal vos-veulens.
In een brief aan de foktechnische commissie van het MSN meldde zij dat er drie vos verervende hengsten bekend zijn die produkten hebben in Nederland.
Een globaal onderzoekje van slechts enkele uren geeft een heel ander beeld. In Nederland lopen produkten rond van niet minder dan acht vosverervende hengsten. Opvallend is dat deze acht hengsten bekend zijn om hun kwaliteiten (meerdere van hen waren Algemeen kampioen in Frankrijk of Nederland) en de kwaliteiten van hun produkten. Zij zijn met zijn achten goed voor niet minder dan twee en dertig (32)!! voor de dekdienst goedgekeurde zonen. Topper is een hengst met niet minder dan 19 goedgekeurde zonen. Bovendien zijn deze 32 zonen tot nu toe al weer goed voor zeker vijf en twintig (25)!! goed gekeurde zonen.
In Nederland staan momenteel twee hengsten ter dekking waarvan zeker is dat zij vosvererver zijn, een drietal hengsten hebben een vosvererver als vader en zijn dus "vos-verdacht".
Dit betekend dat van de acht, in Nederland beschikbare, hengsten, er 2 vosvererver zijn en 3 "vos-verdacht" (hun vader is vosvererver).
De moeders. In Nederland lopen produkten rond van vijf vosverervende merrien. Twee van hen hebben een voor de dekdienst goedgekeurde zoon. Een van deze twee zonen heeft zelf weer een goedgekeurde zoon in Nederland.
Dat men in Frankrijk bepaald niet zwaar tilt aan de vosvererving maar juist kijkt naar kwaliteit bewijst de vosverervende merrie met niet minder dan 5 goedgekeurde zonen, welke weer goed zijn voor minstens 3 goedgekeurde zonen.
De in Nederland gestelde vraag: "Wat te doen met vosverervende hengsten en merriën?" is hierboven beantwoord. Met vosverervende hengsten en merriën moet, zoals in Frankrijk, gewoon gefokt worden.
De kans op vos-veulens is minimaal, het verlies van kwaliteit is maximaal. Naar het zich laat aanzien is de vos-factor in nagenoeg alle bloedlijnen (latent) aanwezig
Bovenstaande aantallen zijn in werkelijkheid zeker hoger. Het onderzoekje is gedaan met als uitgangspunt de in Nederland aanwezige Mérens en hun vóór-ouders.
“Vos en Wit”
Binnen de nederlandse fokkersgroep heersen naar mijn mening verkeerde gedachten over de aanwezigheid van vos en wit bij de Mérens.
Vos:
Zoals wij weten ontstaat een voskleurig veulen uit de paring tussen een onzuiver zwarte hengst en een onzuiver zwarte merrie.
De kans op een voskleurig produkt bij een dergelijke kruising is 25%.
Van Kebir II weten wij dat hij onzuiver zwart is. (dit is ook het geval met de moeders van de betreffende veulens).
Als we ons realiseren dat Kebir II in Nederland méér dan 40 zwarte nakomelingen heeft en slechts twee vossen dan mogen wij aannemen dat de kans op meerdere voskleurige produkten van Kebir II klein is.
Het argument om niet te fokken met Kebir II omdat er twee voskleurige veulens zijn is mijns inziens absoluut niet valide.
Als wij daadwerkelijk rasverbetering nastreven moeten wij Kebir II, vooralsnog, blijven gebruiken. Hij is één van de twee 1e premie hengsten. Totdat er een opvolger is hebben wij hem nodig.
Het is uiterst betreuringswaardig dat het vorige bestuur op zo'n negatieve wijze is omgegaan met het gegeven van voskleurige veulens.
In eerste instantie het willen ontkennen van het bestaan van een voskleurige veulen, daarna het suggereren dat er een andere hengst gebruikt was en het te koop willen aanbieden van Kebir II.
Wit:
Zoals wij allemaal weten komt binnen het ras Mérens witte aftekening voor op het hoofd en aan de voeten.
Als fokkers, in Frankrijk, Nederland etc, streven wij ernaar om geheel zwarte Mérens te fokken.
Dit streven is één van de fokdoelen, maar absoluut niet het belangrijkste fokdoel.
Altijd zullen wij er voor moeten zorgen rastypische, gezonde en ook bruikbare dieren te fokken, daarna komen pas aan bod de aftekening en het behang (dubbele of enkele manenkam, grote of kleine sokken).
Ook bij dit gegeven heeft het vorige bestuur een negatieve rol gespeeld door elke aftekening als rasonzuiver aan te merken.
Zij ging hierbij zover dat zij verklaarde (1987) dat Kebir II altijd produkten gaf ZONDER enige aftekening.
Iedereen met een beetje kennis van genetica weet dat zo'n uitspraak niet waar te maken is.
In de loop der jaren wijzigde de uitspraak van het bestuur dan ook van "minder aftekening dan de moeder" via " niet meer aftekening dan de moeder" tot "soms meer aftekening dan de moeder".
Deze stelling name heeft er toe geleid dat vele fokkers absoluut niet willen fokken met merries met aftekening, merries waarvan de moeder en/of vader aftekeningen heeft en met hengsten met aftekening.
Binnen het ras Mérens komt de aftekening blijvend en nog zo vaak voor dat een selectie via uitbanning van dieren met aftekening nooit tot het "doel" geheel zwarte Mérens zal lijden.
Wel zal dit leiden tot ineenstorten van het ras.
"VOS"-hengsten met kinderen in Nederland
ARION DE BLARICUM ASIL BIGORRE
BONBON CONTESTATAIRE
KEBIR II POLISSON DE LAFITTE
SOULHEL LA FAJOLE VENT DE MADER
"VOS"-merriën met kinderen in Nederland
BELLE DE BASTERNE CAPY DE BLARICUM
FLICKA ORTIE III
RAFFLE
Hoe werkt de Rassenlijst?
Hoe werkt de Rassenlijst?
Ik heb een Rassenlijst gemaakt. Dit omdat vele paarden, pony, ezel en zebra rassen per land en zelfs per streek anders worden genoemd. Het is dus zo dat één ras vele verschillende 'namen' kan hebben. Dit schept soms verwarring. Daarom heb ik getracht een lijst te maken op alfabet.
Weet jij nog een verbetering of aanvulling voor de rassenlijst, dan hoor ik het natuurlijk graag van je!
Posts tonen met het label Ariègos. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ariègos. Alle posts tonen
zaterdag 21 maart 2009
Mérens
Mérens
Soort: pony
Herkomst: Frankrijk
Over de Mérens
De Mérens komt uit de Franse Pyrenëen. Hij heeft daar duizenden jaren lang ongestoord heeft kunnen leven. Omdat zijn geboorteland zo bergachtig is, is de Mérens erg vast ter been; het is dan ook een goede trekpony. Hij is niet bijzonder groot, maar desalniettemin kunnen volwassen ruiters hem net zo goed berijden als kinderen.
Lichaamsbouw
De Mérens heeft een stokmaat van 1.30 tot 1.41 m. en een zwarte vachtkleur. Het hoofd is, mede door de Arabische invloed, klein en fijn getekend. De hals is sterk en kort; de rug is lang met een stevige schouder en een goed gevormde achterhand. Alhoewel het beenwerk van de pony tamelijk licht en kort is, wordt het wel gekenmerkt door degelijkheid en kracht. De staart en manen zijn dik.
Geschiedenis
De Mérens leefde al sinds de prehistorie in de bergen van de Pyreneeën en de Ariègeois, maar pas in 1908 toonden fokkers hun interesse. Daarna werd hij gefokt om in de mijnen van zuidwest-Frankrijk te werken en om hout te slepen. Veel kenmerken van de Mérens komen overeen met die van de Fell Pony en het Friese Paard. Daarom wordt de Mèrens ook wel de Franse Fries genoemd.
En verder...
De Mérens kan goed tegen zeer strenge winters, maar tegen hitte kan hij absoluut niet; daarom moet hij daar tegen beschermd worden op warme dagen.
De Mérens staat al eeuwen ten dienste van de boeren in de Ariègeois-bergen. De pony is populair omdat het een taai beestje is, met een sterke weerstand; hij wordt zelden ziek.
De Mérens komt ook voor in het zuid-westen van de Pyreneeën, bij de Rivièra, en in de Alpen.
Invloeden
Arabier
Fries
http://www.xs4all.nl/~fmorsch/
Soort: pony
Herkomst: Frankrijk
Over de Mérens
De Mérens komt uit de Franse Pyrenëen. Hij heeft daar duizenden jaren lang ongestoord heeft kunnen leven. Omdat zijn geboorteland zo bergachtig is, is de Mérens erg vast ter been; het is dan ook een goede trekpony. Hij is niet bijzonder groot, maar desalniettemin kunnen volwassen ruiters hem net zo goed berijden als kinderen.
Lichaamsbouw
De Mérens heeft een stokmaat van 1.30 tot 1.41 m. en een zwarte vachtkleur. Het hoofd is, mede door de Arabische invloed, klein en fijn getekend. De hals is sterk en kort; de rug is lang met een stevige schouder en een goed gevormde achterhand. Alhoewel het beenwerk van de pony tamelijk licht en kort is, wordt het wel gekenmerkt door degelijkheid en kracht. De staart en manen zijn dik.
Geschiedenis
De Mérens leefde al sinds de prehistorie in de bergen van de Pyreneeën en de Ariègeois, maar pas in 1908 toonden fokkers hun interesse. Daarna werd hij gefokt om in de mijnen van zuidwest-Frankrijk te werken en om hout te slepen. Veel kenmerken van de Mérens komen overeen met die van de Fell Pony en het Friese Paard. Daarom wordt de Mèrens ook wel de Franse Fries genoemd.
En verder...
De Mérens kan goed tegen zeer strenge winters, maar tegen hitte kan hij absoluut niet; daarom moet hij daar tegen beschermd worden op warme dagen.
De Mérens staat al eeuwen ten dienste van de boeren in de Ariègeois-bergen. De pony is populair omdat het een taai beestje is, met een sterke weerstand; hij wordt zelden ziek.
De Mérens komt ook voor in het zuid-westen van de Pyreneeën, bij de Rivièra, en in de Alpen.
Invloeden
Arabier
Fries
http://www.xs4all.nl/~fmorsch/
Labels:
Ariègeois,
Ariègos,
Cheval de Merens,
Franse Fries,
Mérens
De Merens en haar kleur
De Merens en haar kleur
Wellicht heeft u wel eens een advertentie gelezen als deze:
Te koop: raszuivere voskleurige Merens, geboren 1999, licht aangereden
Past u op met dergelijke advertenties!
Het fenomeen vosfactor komt af en toe voor bij de Merens (evenals andere paardenrassen die zwart behoren te zijn zoals bij de Friezen, bij de Friezen komt zelfs ook de kleur schimmel voor)
Deze paarden worden niet ingeschreven in het stamboek en zullen nooit een Merenspaspoort krijgen, ook al zijn vader en moeder Merenspaarden. Een Mérens is alleen een Mérens als hij zwart is. Anders is het een ongetwijfeld leuke pony, met de karaktereigenschappen van de Mérens, maar het mag zeker geen 'echte Mérens' genoemd worden!
Een Mérens mag alleen helemaal zwart zijn met het liefst helemaal geen aftekeningen. Een klein kolletje wordt nog wel eens door de vingers gezien.
Hoe ontstaat de Vosfactor?
Het is al weer vele jaren geleden dat in Nederland het eerste vosveulen werd geboren. Voor de meeste leden was het een grote verrassing, het fenomeen was onbekend. Navraag in Frankrijk leerde dat het vaker voorkomt. De schaal waarop blijft een vraag, want de voskleurig geboren dieren worden in Frankrijk zelden aangegeven. In Nederland zijn er tot en met 1999 vijf geboren. Een vosveulen krijgt nooit de naam Mérens, ook al zijn beide ouders ingeschreven in het stamboek. Hij voldoet niet aan de standaard die een zwarte vacht en dito manen en staart voorschrijft. Als gevolg hiervan is het niet mogelijk een Mérensstamboek-papier te krijgen. Hoe gaat het ontstaan van de voskleur in zijn werk:
Een Mérens kan fokzuiver zwart zijn: ZZ
Of drager van het vos-gen, maar uiterlijk zwart: Zz
Of het paard is een vos: zz
Hierbij staat Z voor zwart en z voor vos. De grote Z (zwart) overheerst altijd de kleine z (vos). Vandaar dat een paard dat Zz bezit uiterlijk altijd zwart is.
Bij een kruising kunnen de volgende combinaties optreden:
ZZ x ZZ geeft altijd ZZ, dus een 100% fokzuiver zwart veulen
ZZ x Zz geeft altijd een zwart veulen, maar met een kans van 50% op een dragerschap van de vosfactor
Zz x Zz geeft ZZ (25%), Zz (50%) ofzz (25%).
Een combinatie van twee niet fokzuivere zwarte dieren geeft dus een kans van 25% op de geboorte van een fokzuiver veulen, 50% kans op een zwart veulen dat drager is van het vosgen en 25 % kans op een vosveulen. Beide ouders moeten dus drager zijn van het vosgen om een vos als nakomeling te geven. Hevererven van witte aftekeningen aan hoofd of benen heeft DNA-technisch niets te maken met het vosgen.
Wellicht heeft u wel eens een advertentie gelezen als deze:
Te koop: raszuivere voskleurige Merens, geboren 1999, licht aangereden
Past u op met dergelijke advertenties!
Het fenomeen vosfactor komt af en toe voor bij de Merens (evenals andere paardenrassen die zwart behoren te zijn zoals bij de Friezen, bij de Friezen komt zelfs ook de kleur schimmel voor)
Deze paarden worden niet ingeschreven in het stamboek en zullen nooit een Merenspaspoort krijgen, ook al zijn vader en moeder Merenspaarden. Een Mérens is alleen een Mérens als hij zwart is. Anders is het een ongetwijfeld leuke pony, met de karaktereigenschappen van de Mérens, maar het mag zeker geen 'echte Mérens' genoemd worden!
Een Mérens mag alleen helemaal zwart zijn met het liefst helemaal geen aftekeningen. Een klein kolletje wordt nog wel eens door de vingers gezien.
Hoe ontstaat de Vosfactor?
Het is al weer vele jaren geleden dat in Nederland het eerste vosveulen werd geboren. Voor de meeste leden was het een grote verrassing, het fenomeen was onbekend. Navraag in Frankrijk leerde dat het vaker voorkomt. De schaal waarop blijft een vraag, want de voskleurig geboren dieren worden in Frankrijk zelden aangegeven. In Nederland zijn er tot en met 1999 vijf geboren. Een vosveulen krijgt nooit de naam Mérens, ook al zijn beide ouders ingeschreven in het stamboek. Hij voldoet niet aan de standaard die een zwarte vacht en dito manen en staart voorschrijft. Als gevolg hiervan is het niet mogelijk een Mérensstamboek-papier te krijgen. Hoe gaat het ontstaan van de voskleur in zijn werk:
Een Mérens kan fokzuiver zwart zijn: ZZ
Of drager van het vos-gen, maar uiterlijk zwart: Zz
Of het paard is een vos: zz
Hierbij staat Z voor zwart en z voor vos. De grote Z (zwart) overheerst altijd de kleine z (vos). Vandaar dat een paard dat Zz bezit uiterlijk altijd zwart is.
Bij een kruising kunnen de volgende combinaties optreden:
ZZ x ZZ geeft altijd ZZ, dus een 100% fokzuiver zwart veulen
ZZ x Zz geeft altijd een zwart veulen, maar met een kans van 50% op een dragerschap van de vosfactor
Zz x Zz geeft ZZ (25%), Zz (50%) ofzz (25%).
Een combinatie van twee niet fokzuivere zwarte dieren geeft dus een kans van 25% op de geboorte van een fokzuiver veulen, 50% kans op een zwart veulen dat drager is van het vosgen en 25 % kans op een vosveulen. Beide ouders moeten dus drager zijn van het vosgen om een vos als nakomeling te geven. Hevererven van witte aftekeningen aan hoofd of benen heeft DNA-technisch niets te maken met het vosgen.
Labels:
Alezan (Vos),
Alezan Merens,
Ariègeois,
Ariègos,
Cheval de Merens,
Franse Fries,
Mérens
Ariègeois
Ariègeois
De Ariègeois komt oorspronkelijk uit de Pyreneeën, uit de hogere valleien rond Andorra. Het ras, dat ook wel Cheval de Mérens of kortweg Mérens genoemd wordt, kwam al voor in "De Bello Gallico", het boek van Julius Caesar (100-44 v. Chr.) dat de verovering van Gallië beschrijft. De Ariègeois is genoemd naar de rivier Ariège in Andorra en aan de Franse zijde van de Pyreneeën. Het ras lijkt veel op de Fell pony en de Dales pony, twee Engelse rassen.
De Ariègeois is vermoedelijk een directe afstammeling van de paarden die 30.000 jaar geleden op rotstekeningen werden afgebeeld. Het Romaanse pakpaard en de Berber zijn voorouders van de Ariègeois. De eerste leverde het formaat en de massa van het ras, de tweede voorouder het karakter, de weerstand en het uithoudingsvermogen.
Door zijn bouw is de Ariègeois op verschillende taken berekend. Hij is echter in de eerste plaats een pakpaard. Daarnaast wordt hij gebruikt voor het werk op de boerderijen in de bergen en vervangt hij de tractor op moeilijk te bereiken plaatsen. De Ariègeois kan zich, dankzij de vorm van zijn benen en hoeven, uitstekend op gladde, steile en ongelijke bodems voortbewegen. Door hun taaiheid en vaste tred waren deze pony's tevens zeer in trek bij smokkelaars tussen Frankrijk en Spanje. De Ariègeois is sterk aan zijn omgeving aangepast, zodat hij goed in staat is koude winters en guur weer te verdragen. Het ras kan echter niet goed tegen warmte. De pony kan toe met een minimale hoeveelheid voedsel dat bovendien niet altijd van goede kwaliteit hoeft te zijn.
Aan de romp van de Ariègeois valt in de eerste plaats de diepe koffer op, de lage rug tussen de schouderbladen en het achterlichaam. De rug is lang en sterk, waardoor het dier uitstekend als pakpaard gebruikt kan worden. Het dier heeft een brede borst en steile, rechte schouders. De schouderbladen staan enigszins uit elkaar. Het kruis hangt af. Het ras bereikt een hoogte die kan variëren van 1,33 tot 1,48 m. De grotere dieren komen alleen in de lager gelegen gebieden voor.
De korte hals is tamelijk recht. De manen op het hoofd zijn duidelijk dikker dan normaal, waardoor het hoofd forser lijkt dan het in werkelijkheid is. Het hoofd heeft een vlak voorhoofd en een recht profiel. De oren zijn relatief klein, maar wel sterk behaard. Gedurende de winter groeit op de kaken een baard. De staart heeft een lage inplant. De haren van staart en manen zijn vol en stevig, waardoor het dier tegen kou beschermd is. De benen zijn enigermate licht en door hun vorm aangepast aan het leven in de bergen. De hoeven zijn hard, waardoor zij niet beslagen behoeven te worden. Zij zorgen voor een zekere stap, ook op gladde, steile paden en hellingen.
De Ariègeois is zwart van kleur, hoewel het zwart in de wintermaanden een wat lichtere, roodachtige, glans kan vertonen. Een witte aftekening is een uitzondering, hoewel witte vlekken op de flanken meer voorkomen. Over het algemeen zijn de dieren van dit ras zeer handelbaar.
De Ariègeois komt oorspronkelijk uit de Pyreneeën, uit de hogere valleien rond Andorra. Het ras, dat ook wel Cheval de Mérens of kortweg Mérens genoemd wordt, kwam al voor in "De Bello Gallico", het boek van Julius Caesar (100-44 v. Chr.) dat de verovering van Gallië beschrijft. De Ariègeois is genoemd naar de rivier Ariège in Andorra en aan de Franse zijde van de Pyreneeën. Het ras lijkt veel op de Fell pony en de Dales pony, twee Engelse rassen.
De Ariègeois is vermoedelijk een directe afstammeling van de paarden die 30.000 jaar geleden op rotstekeningen werden afgebeeld. Het Romaanse pakpaard en de Berber zijn voorouders van de Ariègeois. De eerste leverde het formaat en de massa van het ras, de tweede voorouder het karakter, de weerstand en het uithoudingsvermogen.
Door zijn bouw is de Ariègeois op verschillende taken berekend. Hij is echter in de eerste plaats een pakpaard. Daarnaast wordt hij gebruikt voor het werk op de boerderijen in de bergen en vervangt hij de tractor op moeilijk te bereiken plaatsen. De Ariègeois kan zich, dankzij de vorm van zijn benen en hoeven, uitstekend op gladde, steile en ongelijke bodems voortbewegen. Door hun taaiheid en vaste tred waren deze pony's tevens zeer in trek bij smokkelaars tussen Frankrijk en Spanje. De Ariègeois is sterk aan zijn omgeving aangepast, zodat hij goed in staat is koude winters en guur weer te verdragen. Het ras kan echter niet goed tegen warmte. De pony kan toe met een minimale hoeveelheid voedsel dat bovendien niet altijd van goede kwaliteit hoeft te zijn.
Aan de romp van de Ariègeois valt in de eerste plaats de diepe koffer op, de lage rug tussen de schouderbladen en het achterlichaam. De rug is lang en sterk, waardoor het dier uitstekend als pakpaard gebruikt kan worden. Het dier heeft een brede borst en steile, rechte schouders. De schouderbladen staan enigszins uit elkaar. Het kruis hangt af. Het ras bereikt een hoogte die kan variëren van 1,33 tot 1,48 m. De grotere dieren komen alleen in de lager gelegen gebieden voor.
De korte hals is tamelijk recht. De manen op het hoofd zijn duidelijk dikker dan normaal, waardoor het hoofd forser lijkt dan het in werkelijkheid is. Het hoofd heeft een vlak voorhoofd en een recht profiel. De oren zijn relatief klein, maar wel sterk behaard. Gedurende de winter groeit op de kaken een baard. De staart heeft een lage inplant. De haren van staart en manen zijn vol en stevig, waardoor het dier tegen kou beschermd is. De benen zijn enigermate licht en door hun vorm aangepast aan het leven in de bergen. De hoeven zijn hard, waardoor zij niet beslagen behoeven te worden. Zij zorgen voor een zekere stap, ook op gladde, steile paden en hellingen.
De Ariègeois is zwart van kleur, hoewel het zwart in de wintermaanden een wat lichtere, roodachtige, glans kan vertonen. Een witte aftekening is een uitzondering, hoewel witte vlekken op de flanken meer voorkomen. Over het algemeen zijn de dieren van dit ras zeer handelbaar.
Labels:
Ariègeois,
Ariègos,
Cheval de Merens,
Franse Fries,
Mérens
Merens - Ariègos
Merens
Ook bekend als:
Ariègos
Herkomst:
De Merens komt uit de Pyreneeën
in Zuidwest-Frankrijk.
Geschiedenis en informatie:
De Merens lijkt heel erg op de Zuid-Galische
paarden die worden beschreven in de
oorlogsverslagen van Julius Caesar.
Hij komt oorspronkelijk uit de hooggelegen vallei
van Ariège, waar de naam Ariègos dan ook van
afgeleid is.
Uiterlijk:
Hoofd:
Licht en expressief, met vlak voorhoofd,
recht profiel, vrij korte harige oren en heldere
alerte ogen met een vriendelijke blik.
Hals:
Vrij kort en recht.
Schouders:
Nogal recht
Rug:
Lang, maar sterk
Borst:
Breed
Achterhand:
Rond met een aflopend kruis
Benen:
Vrij dun met een neiging tot koehakken
Voeten:
Goed en sterk
Haar:
Fijn
Manen en staart:
Heel dik en ruw aanvoelend
Stokmaat:
131 tot 143 centimeter. In het natuurlijke
leefgebied wordt de hoogte 1.43 zelden
gehaald. Op rijker grasland is dit wel mogelijk.
Kleur:
Effen zwart. In de winter krijgt de pony een opvallende
roodachtige glans. De pony heeft heel soms witte
sokken of aftekeningen op het hoofd, soms heeft de
Merens witte stippen op de flanken.
Bewegingen:
Zeer tredzeker. Met ijs bedekte bergpaden zijn geen
probleem voor de Merens
Karakter en bijzonderheden:
De pony is best gehard en heeft het niet snel koud.
Gebruik:
De Merens wordt al eeuwen gebruikt als pakpony, maar
het is ook een goede rijpony, of een goede hulp in de
landbouw op steile hellingen waar moderne machines
niet kunnen komen.
Ook bekend als:
Ariègos
Herkomst:
De Merens komt uit de Pyreneeën
in Zuidwest-Frankrijk.
Geschiedenis en informatie:
De Merens lijkt heel erg op de Zuid-Galische
paarden die worden beschreven in de
oorlogsverslagen van Julius Caesar.
Hij komt oorspronkelijk uit de hooggelegen vallei
van Ariège, waar de naam Ariègos dan ook van
afgeleid is.
Uiterlijk:
Hoofd:
Licht en expressief, met vlak voorhoofd,
recht profiel, vrij korte harige oren en heldere
alerte ogen met een vriendelijke blik.
Hals:
Vrij kort en recht.
Schouders:
Nogal recht
Rug:
Lang, maar sterk
Borst:
Breed
Achterhand:
Rond met een aflopend kruis
Benen:
Vrij dun met een neiging tot koehakken
Voeten:
Goed en sterk
Haar:
Fijn
Manen en staart:
Heel dik en ruw aanvoelend
Stokmaat:
131 tot 143 centimeter. In het natuurlijke
leefgebied wordt de hoogte 1.43 zelden
gehaald. Op rijker grasland is dit wel mogelijk.
Kleur:
Effen zwart. In de winter krijgt de pony een opvallende
roodachtige glans. De pony heeft heel soms witte
sokken of aftekeningen op het hoofd, soms heeft de
Merens witte stippen op de flanken.
Bewegingen:
Zeer tredzeker. Met ijs bedekte bergpaden zijn geen
probleem voor de Merens
Karakter en bijzonderheden:
De pony is best gehard en heeft het niet snel koud.
Gebruik:
De Merens wordt al eeuwen gebruikt als pakpony, maar
het is ook een goede rijpony, of een goede hulp in de
landbouw op steile hellingen waar moderne machines
niet kunnen komen.
Labels:
Ariègeois,
Ariègos,
Cheval de Merens,
Franse Fries,
Mérens
Abonneren op:
Posts (Atom)
